Genen van invloed op pestgedrag

Wat maakt nou het ene kind kwetsbaarder om gepest te worden dan het andere kind? Erfelijkheid speelt een grote rol bij pesten, nog groter dan de rol van de school en thuissituatie. Ditzelfde geldt voor het gedrag van pestkoppen. Sommige kinderen worden gepest én pesten zelf. Ook dat heeft een genetische basis. Dit blijkt uit onderzoek van wetenschappers verbonden aan het Nederlands Tweelingenregister van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). De studie wordt vandaag gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Behavior Genetics.

10-09-2019 | 14:08

Een op de drie 
De onderzoekers vroegen aan basisschoolleerkrachten van ruim 8.000 tweelingkinderen of ze de afgelopen maanden gepest waren of hadden gepest. Daaruit bleek dat 1 op de 3 kinderen daarmee te maken heeft gehad: 1 op de 4 pest, 1 op de 4 wordt gepest, en 1 op de 7 is zowel dader als slachtoffer. Dit is het eerste onderzoek naar het ontrafelen van de oorzaken van verschillen tussen kinderen in pestgedrag en ook de samenhang tussen pesten en gepest worden.

Hoe kan iets dat je overkomt erfelijk zijn? 
Mensen die met kinderen werken kunnen vaak redelijk goed de kinderen eruit pikken die een risico lopen gepest te worden, bijvoorbeeld een onzeker kind met overgewicht en bril.  Uit eerder tweelingonderzoek blijft dat deze eigenschappen óók erfelijk zijn. Dus het genetisch verhoogde risico voor pesterijen loopt gedeeltelijk via andere eigenschappen.

En nu? 
“De conclusie dat betrokkenheid bij pesten voor het merendeel door genen beïnvloed wordt, betekent niet dat er niets aan valt te doen”, aldus Sabine Veldkamp, die 18 september op dit onderzoek promoveert. “Het is dus niet zo we kunnen zeggen ‘ach, het zit nou eenmaal in hun genen’. Anderzijds is het ook niet zo dat kinderen met een genetisch verhoogd risico om gepest te worden, zich er maar bij neer moeten leggen”, aldus Veldkamp.

Hoe is dit onderzocht? 
Met tweelingstudies wordt onderzocht of gedrag erfelijk is. Eeneiige tweelingen hebben hetzelfde genetische materiaal en twee-eiige tweelingen gemiddeld 50%. De onderzoekers zagen dat eeneiige tweelingen meer op elkaar leken in hun betrokkenheid bij pesten dan twee-eiige tweelingen, wat komt door de invloed van genen. Verschillen tussen kinderen in pesten (of gepest worden) zijn voor 2/3 toe te schrijven aan genetische verschillen. Een kind waarvan een van de ouders, broers of zussen zijn gepest, loopt zelf een verhoogd risico om gepest te worden. Het kind deelt immers de helft van zijn genen met ieder van hen.

Samen of apart? 
Ook bleek dat tweelingkinderen niet meer of minder betrokken zijn bij pesten dan niet-tweelingen. Opvallend was nog dat voor meisje-meisje paren geldt dat ze iets minder gepest worden als ze in dezelfde in plaats van verschillende klassen zaten. Sommige scholen halen standaard tweelingparen uit elkaar, maar die beslissing over samen of apart kan het beste gemaakt worden in overleg met de ouders.

Lees de publicatie hier in Bahavior Genetics.