Geschiedenis van dyslexie

Afdeling: Pedagogische- en Onderwijswetenschappen
Sectie: Theoretische en Onderwijspedagogiek
Onderzoeksgebied/-thema: dyslexie, onderwijs, geschiedenis
Onderzoeker(-s): Marjoke Rietveld-van Wingerden



dyslexieEén op de tien kinderen op Nederlandse basisscholen heeft een vorm van dyslexie. Lange tijd wist het onderwijs niet wat men ermee aan moest. Kinderen werden daarom vaak ten onrechte voor dom versleten. Ze leerden niet of niet goed lezen, schrijven en spellen. Tal van therapieën zijn ontwikkeld, vaak in het alternatieve circuit. Menig dyslectisch kind heeft een prismabril aangemeten gekregen om de coördinatie van de ogen te verbeteren. Anderen kregen kruipoefeningen voorgeschreven om de coördinatie tussen de linker- en rechter lichaamshelft te bevorderen (waarvan men verwachtte dat zulke coördinatieoefeningen een goede uitwerking op de hersenen zouden hebben). Creatieve onderwijzers bedachten lees- en taaloefeningen en orthopedagogen ontwikkelden behandelplannen voor ‘leeszwakke’ kinderen.
 
De pedagogische interesse in dyslexie is in Nederland pas na de Tweede Wereldoorlog ontstaan. Dat was veel later dan bijvoorbeeld in Amerika en Denemarken. Opmerkelijk is echter dat het probleem al veel langer bekend was in de medische wetenschap. De aanduidingen dyslexie en woordblindheid stammen zelfs uit de late negentiende eeuw.
 
In het onderzoeksproject van de sectie Theoretische- en Onderwijspedagogiek van de Vrije Universiteit staat de vraag centraal waarom het zo lang duurde voordat dyslexie als leesprobleem aandacht in het onderwijs en de (ortho)pedagogiek kreeg. In de beantwoording is nadrukkelijk oog voor de wijze waarop de interesse in dyslexie toenam en welke factoren daaraan hebben bijgedragen. Bij die valt te denken aan het nieuwe schooltype in de vorm van LOM-scholen (scholen voor kinderen met Leer- en Opvoedingsmoeilijkheden) die na 1949 ontstonden, de introductie van remedial teachers in het begin van de jaren zeventig, de ontwikkeling van de orthopedagogiek, maar ook aan ouders die aan de bel trokken en zichzelf gingen organiseren in de jaren tachtig. Daarin is lang niet altijd eenstemmigheid over wat we onder dyslexie moeten verstaan. Juist die verschillen hebben aanleiding gegeven tot vele uiteenlopende behandelwijzen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marjoke Rietveld-van Wingerden.